In de Zeeuwse Klapbank zijn ook verhalen uit de diverse regio’s in Noord-, Midden- en Zuid-Zeeland te beluisteren. Deze verhalen dateren niet alle uit lang vervlogen tijden, maar zijn grotendeels verhalen van de laatste 10 à 20 jaar. Die verhalen zijn bijeengebracht in deze Verhalenbank. Waar mogelijk is een vernederlandste tekst toegevoegd. Behalve de verhalen die in de Zeeuwse Klapbank zijn verzameld, hebben we ook andere verhalen een plek gegeven. Zo is er n.a.v. het Zeeuws jaar van de fiets in 2010 een rubriek Fietsen in Zeeland toegevoegd. Wellicht volgen later nog andere verhalen en rubrieken. Wilt u uw verhaal eventueel ook op deze website laten horen, neem dan contact op via het mailadres dat u onder contact vindt.
Mijn vader was een penser, een stroper, gelijk dat je weet. Altijd was hij op zoek naar wild, naar vis of naar gevogelte, en of dat nou mocht of dat dat niet mocht, daar vragen de mensen niet naar.
Als je er vanuit de ruimte naar kijkt, dan zie je dat hij uit een stuk is. Kort gezegd zijn dat de woorden van een astronaut die dat de wereld fotografeerde vanuit zijn capsule.
Het was in de kerk van Hengstdijk. Er was weer zo’n kunsttentoonstelling aan het begin van de winter. Je gaat daar heen.
Zwemmen deden we vroeger in de Braakman. Achter de dijk bij Willempje de Visser. Vrijen deden ze daar ook stevig. Maar goed, daar hebben we het nu niet over.
Elke donderdag bakte mijn moeder brood. ’s Zondags was ’t dan op zijn allerlekkerst. Echt oudbakken wierd het nog in geen week. Dat kwam omdat ’t eigen terwe was.