In de Zeeuwse Klapbank zijn ook verhalen uit de diverse regio’s in Noord-, Midden- en Zuid-Zeeland te beluisteren. Deze verhalen dateren niet alle uit lang vervlogen tijden, maar zijn grotendeels verhalen van de laatste 10 à 20 jaar. Die verhalen zijn bijeengebracht in deze Verhalenbank. Waar mogelijk is een vernederlandste tekst toegevoegd. Behalve de verhalen die in de Zeeuwse Klapbank zijn verzameld, hebben we ook andere verhalen een plek gegeven. Zo is er n.a.v. het Zeeuws jaar van de fiets in 2010 een rubriek Fietsen in Zeeland toegevoegd. Wellicht volgen later nog andere verhalen en rubrieken. Wilt u uw verhaal eventueel ook op deze website laten horen, neem dan contact op via het mailadres dat u onder contact vindt.
Het was een ievallige (= koud en nat) dag in het najaar, een tochtje (= poosje) geleden.
Eindelijk een complete sage van de schoutin van Kwadendamme. Ik heb het genoemd „een grote zwarte kat?.
Iedereen wil op z'n tijd wel eens in de schijnwerpers staan. Dat kan een heel goed gevoel geven. Als alle ogen op je gericht zijn.
Op Ritthem in een nauw zijstraatje van de dorpstraat, daar stond vroeger een klein wit huisje met een rood dakje en daarin woonde een vrouw, Bette.
Die waren nu altijd met z’n beiden. Katman en de haringvreter. Twee katten waren dat. En met z’n beiden dachten ze altijd maar aan twee dingen: aan muizen en aan vis.
Mensen, de tand van de tijd knaagt aan ons allemaal. Of je het nu leuk vindt of niet, de aftakeling gaat gewoon door. We blijven geen twintig meer.
In de contreien van de molen van Souburg, daar staat een klein huisje met een werkplaatsje; op het zicht van de straat hangt een bordje en daar staat op: W. van Hecken.
Heb je dat nooit gehoord, die fabel van die haas en die kikker - een puit zogezegd?
Een paar jaar geleden zat ik in de wachtkamer bij de dokter te wachten op mijn beurt.
Een waar gebeurde geschiedenis. Bij opoe in het album zat de trouwfoto van Koeba.
Ik zet mijn fiets in het fietsenrek en laat mezelf door de draaideur mee naar binnen voeren. Voor me ligt de lange donkerrode gang als een rode loper voor me uitgerold.
Ik sta te kijken naar die vreemde ramen, en ook een andere deur zit er in en die gaat open. Wat, ben jij hier geboren?
Mijn grootouders woonden op een boerderij met een tamelijk groot erf rondom huis en schuur. Tijdens de zomervakantie logeerde ik daar vaak.
Ze was in het bejaardenhuis komen wonen in een periode dat geldzaken nog heel anders afgehandeld werden als tegenwoordig.