Adri Oosterling - Het kerstgevoel
Als je er vanuit de ruimte naar kijkt, dan zie je dat hij uit een stuk is. Kort gezegd zijn dat de woorden van een astronaut die dat de wereld fotografeerde vanuit zijn capsule. Blijkbaar moet de mens ergens boven hangen of ervan los zijn om er goed zicht op te krijgen. Geen wonder dus, dacht ik, dat ik weer last heb van mijn prenatale kerstgevoel. Dat is zoiets van ik heb het voor het er is en het is weg voor ik het gehad heb. Als er één feest is waar dat we niet boven kunnen hangen maar middenin zitten dan zijn het wel de kerstdagen. Ik bedoel wat zie je met Pasen of Pinksteren in stad of dorp. Niets of weinig. Hier en daar een haas of wat eiers met Pasen en dan heb je het gehad. Geen struiken met kunstvlammetjes voor de deur met Pinksteren, geen laddertjes of wolkenballonnen met Hemelvaart. Dan kerst, lang voor de vijfentwintigste word je al doodgeknuffeld met weet ik al niet. En als het zover is krijg je meer een gevoel van déja vu, laat staan dat je de kans zou hebben om er van een soort afstand eens goed naar te kijken. Ik heb tenminste al redelijk veel achter de kiezen, ook al is het nog maar de twintigste. Twee kerstconcerten, ja, je gaat om het te steunen, he, met allebei de keren vanzelf “Es ist ein Ros entsprungen”. In de pauze de onvermijdelijke chocolademelk met zo’n kerstkransje waar dat je in het tweede gedeelte alsmaar tegen zit te hoesten, twintig kerstwenskaarten, drie kerstpakketten - dat valt ook nog weer mee van de jaar, gelukkig - en ik heb zelfs al stoofpeertjes met wildbout gegeten. We kregen namelijk een haas van de boer en die moet dan ook op, he! Kortom, mijn kerstster is al gezakt voordat hij opkomt. En het ergste is nog: ik ga er gewillig mee ten onder. Naast de opdringerigheid van het kerstgebeuren zitten we ook nog eens midden in een wirwar van berichtgeving die dat niet bepaald bevorderlijk is voor het komen tot een heldere vredesgedachte.
Saddam hebben ze te stekken en dat is een goede zaak, maar om nu te zeggen dat ik vrolijk werd van die beelden. Van minister Verdonck van vreemdelingenzaken barst ik nu ook niet bepaald spontaan uit in een uitbundig gloria om niet te zeggen dat ik er geen woord van uit mijn strot kan krijgen. Als ik vis eet, moet ik heel goed uitkijken of ik eet een bedreigde soort op.
En ten slotte, om nog maar een voorbeeld te geven, als ik vergader, zit ik uitbundig mee te roken met mijn collega en heb ik het opschrift op haar pakje voor mijn neus liggen: u sterft eerder. Gezellig.
Afijn, gelukkig heb ik niet zo veel tijd om overal over na te denken. Ik heb de komende dagen nog het een en ander te doen, Kerstvoorstellingen geven, bijvoorbeeld. Dat is altijd een aparte bezigheid. Als ik daarmee bezig ben, vergeet ik alles even. Dat geeft een groot gevoel van vrijheid, van ruimte. En dat is prachtig. Want als je vanuit de ruimte kijkt, zie je dat hij uit een stuk is.