Nel Slager - Juf

Wanneer je om je heen kijkt is er in sommige gevallen niets veranderd. Neem nou de eerste schooldag van een vierjarige kleuter; verhouding moeder-kind-juf. Ik wil niks vertellen over het onderwijs, dat verandert vooral de laatste twintig jaar om de klapscheet (= haverklap). Gewoon de eerste dag. Vroeger gingen ze naar de bewaarschool, toen naar de kleuterschool en nu naar de onderbouw van de basisschool. Maar het kind is kind gebleven.
De eerste dag, dan zie je ze komen en dan denk je: dat is nu de toekomst, maar ze hebben het zelf nog niet in de gaten. De eerste dag, maar wel de mooiste om mee te maken. Soms hebben de moeders het moeilijker met afscheid nemen dan het kind, vooral als het de eerste en de enige is die al naar school gaat. Als ze er een stuk of zes hebben, zijn ze blij als ze naar school mogen. Roerend afscheid en veel goede raadgevingen aan juf, zoals: Juf, hij moet dikwijls plassen, hoor, zul je eraan denken? Moet ik soms een broekje brengen voor de zekerheid? Juf, als hij vervelend is, nijp je maar in zijn arm (juf denkt: ik zal wel wijzer wezen). Juf, sterkte met die van mij. De meeste moeders reageren nuchter, geven een kus - en wegwezen. Voor het raam wordt nog even gezwaaid. Eindelijk zijn de kleuters voor mij. Gezellig in een kring zitten, een liedje en wat praten, proberen hen zich thuis te laten voelen.
Liedje nummer een wordt „Poesje mauw?, dat kennen ze. Dan kiezen ze nog een keer „poesje mauw?, tot drie keer toe. “Ik vind er niks aan”, zegt een joch met ondeugende oogjes. “Noem jij maar een ander.” “Hela hola hou de moed maar in is veel mooier.” Wanneer hij zijn kunsten mag vertonen, is zijn bravoure opeens verdwenen. Twee kinderen komen hand in hand naar me toe. “Juf, ik moet plassen!” Even later klinkt uit de poppenhoek: “Oh juf, hij zei een heel lelijk woord”, wijzend met het vingertje naar de schuldige. Waarop die reageert met: “ ?k Weet er nog veel meer. ” Hij ziet wel aan me hoe laat het is. Ik heb niks te zeggen, maar ik zie hem denken: Wacht maar als we buiten zijn. Daar is hij geboeid door al het nieuwe en vergeet gelukkig. Het is bijna tijd om naar huis te gaan. Nog even zitten in een kring. Zelf mogen de kleuters iets vertellen, maar de meesten durven nog niet. “Juf, onze buurvrouw heeft een baby en ik mag straks een cadeautje brengen.” Waarop een ander reageert met: “O, ons konijn heeft gejongd en die had er wel zeven.” Ze gaan naar huis. “Hoe ging het?” “Prima, ?t is een schat en dat meen ik." Maar ik denk bij mezelf: die van jou moet ik in de gaten houden met z?n ondeugende oogjes. ?s Middags komen ze terug, en al de komende dagen. Het begin hebben we gehad en dat is maar een keer. Het begin van maatschappelijke en christelijke deugden is gemaakt. Verder zullen we er het beste maar van hopen. Nog even een opmerking. Het is zo jammer dat het Zeeuws in veel gezinnen uit de kindermond verdwijnt en dat zelfs ouders hun best doen om „groots? te praten tegen hun kinderen. Denken die mensen dat „Zeeuws praten? minderwaardigs is? Het dialect is een kostbaar erfgoed! De Zeeuwsche Vereeniging voor Dialectonderzoek probeert zoveel mogelijk een opwaardering te bewerkstelligen. Let wel: ABN (algemeen beschaafd Nederlands) is nodig, maar laat het Zeeuws ook behouden blijven. Onthoud de kinderen niet hun eigen Zeeuwse taal. Een beetje chauvinisme zou de Zeeuwen geen kwaad doen.