Jopie Meerman - Kwalen

De leeftijd brengt het mee. Daar ben ik van overtuigd. En jullie zullen me zeker niet tegenspreken als je ook rond de zestig bent. Op een verjaardag of een ander feestje gaat het tegenwoordig veel over allerhande kwalen.
Waar of niet? Ik zie jullie knikken. De mensen in onze kennissenkring draaien allemaal zo’n beetje rond de zestig. Het is niet anders. Ik moet er wel bij zeggen dat we eigenlijk allemaal nog stellen zijn zoals we jaren geleden gestart zijn.
Nu zijn we natuurlijk wel een beetje ouder maar met die eigenste jongen of meisje en dat is vandaag aan de dag ook de moeite waard. Of niet soms?
Maar goed, over die kwalen, wij zijn van die generatie die dat op een verjaardag met eigen kwalen gaat pronken. Heb jij ook een hoge bloeddruk?
Och, je onderdruk is te hoog. Ja, die van mij ook. En je cholesterol?
Dikwijls wordt er chlorestol gezegd, maar een zuurpruim die dat daar erg in heeft. De tabletten die je voor je cholesterol of chlorestol krijgt, die zijn immers hetzelfde. En stijf? Ben jij ook zo stijf? Mijn knieën kraken als ik de trap opga. Eerst dacht ik dat de trap zo kraakte. De ene klaagt nog harder dan de andere, maar na de koffie met gebak komen de schalen met worstjes, stukjes kaas - Hollandse en buitenlandse - op tafel en die schalen gaan kuis (= schoon) leeg. De glaasjes met advocaat en de wijntjes en niet te vergeten de pilsjes en jonge klaartjes worden regelmatig bijgevuld. Ja, doet er nog maar een, op een been kan je immers niet lopen. Ja, ik heb wel eens gehoord dat je van jonge jenever weer jong wordt. Ja, als je maar genoeg drinkt, dan ga je weer op handen en voeten lopen.
Het manvolk zit gewoontegetrouw bij mekaar aan de andere kant van de kamer. Zo hoort het ook. De sigaren bij de sigaren en de sigaretten bij de sigaretten, zou opoe zeggen. Maar voor een schaaltje lekkers komen ze graag even van de praatstoel af. Weet je waar ik veel last van heb, ik heb af en toe zulke blaren op mijn tong. De vrouwen die dat immers altijd van alles willen weten, die vragen, zou dat soms van je medicijnen komen. Dat weet ik niet, maar ik heb het vooral als ik sla eet. Mensen, kinderen, wat kan jij toch leuk uit de hoek komen, je zou hem er gelijk weer induwen. Zijn vrouw geeft lik op stuk vanuit de dameskrans. Hij heeft tegenwoordig ook zo’n pijn in zijn portemonnee die kan bijkans (= bijna) bijna niet meer open als ik om centen vraag. Ja, het is maar gelukkig dat de lachspieren nog wel goed werken Toen je jong was, ging je voor andere kwalen naar de dokter, bijvoorbeeld als er een kleine moest komen. Er is bij ons ook een tijd geweest dat met feestjes de meest verschrikkelijke verhalingen (= verhalen) op tafel kwamen over bevallingen. Ik heb maar nooit teveel gezegd als “Gelukkig is maken leuker als krijgen, anders zouden er weinig kinderen wezen”.
En daarna kwamen de kinderziekten en ongelukjes aan bod, want daar was een tijd - bij ons tenminste - dat je van je kind gauw een foto moest maken, anders stond hij er weer op met een pleister op zijn kop of zijn arm of zijn been in het gips. Nu ik over kinderziekten praat, denk ik ineens weer aan mijn eigen jeugd.
Ik mocht met mijn moeder mee naar een neefje want die had rode hond en mijn oom en mijn tante hadden ook een orgeltje. Genoeg te doen daar dus. Maar mijn neefje kwam niet voor de dag en op het orgeltje mocht ik niet spelen. De grote mensen moesten immers praten. Op het eind van de middag ging ik mee naar huis met mijn moeder en buiten ben ik gaan brullen.
Moe snapte er niets van Nu ben je een hele achtermiddag zo zoet geweest en nu brul je als een sluishond. Wat doet er op met je? En al mijn kinderleed kwam naar buiten. Ik had dat rode hondje toch zo graag gezien. Kijk, dat is nu een echte kwaal, kinderverdriet. Gelukkig zijn daar goede medicijnen voor. Even folen (= knuffelen) met je moeder en alle verdriet en ellende is voorbij. Dat is overal goed voor. Nu ik er over nadenk, het zou toch mooi wezen als je bij je basispakket een aanvullende verzekering kon afsluiten voor maandelijks een beetje kroelen of folen. Het geeft niet eens bij wie. Het hoeft niet eens bij een specialist te wezen, want kijk, wij zijn op zo’n leeftijd, zo nauw kijken wij ook niet meer. Als het maar helpt tegen onze kwalen.