Jopie Minnaard - Mijn ouderlijk huis
Ik sta te kijken naar die vreemde ramen,
en ook een andere deur zit er in en die gaat open.
Wat, ben jij hier geboren?
Zo lang gewoond hier?
Kom er eens gauw in!
Dan zal je er glad (= helemaal) niet veel van herkennen.
Ik heb de laatste jaren hier wat afgesjouwd,
de schuifdeuren, die zijn eruit en ook de kast.
Maar waarom krijg ik het ineens zo koud?
Waar is nu toch die mooie tegelschouw die mijn vader zelf gemetseld heeft?
Die is ook weg. Die had ik toch niet meer nodig, ik heb cv hier overal aangelegd.
Een hond komt grommend op mij toegelopen.
Koest Bello, ga eens in je mand, vlug.
Kijk eens, het plafond, is dat niet mooi geworden?
Ik zeg zachtjes: ik ken het niet meer terug.
Dan in de gang zie ik toch nog door mijn tranen een stuk van vaders tegelwand,
die licht gewolkte tegels en daar boven die smalle donkerbruine bovenrand.
Hier ben ik nog bezig, ik ga morgen verder.
Er komen oude schrootjes tegenaan, dat is nu mode.
Wat? Die oude tegels, daar zie je daken (= straks) niets meer van.
Ik moet weg. De hond komt blaffend aangelopen.
Toe Bello, blijf jij nu eens gauw in huis.
Alleen de hond die heeft me goed begrepen.
Ik moet weg hier, ik ben hier niet meer thuis.