Frans van de Heijden - Vijgebladeren

Mensen, de tand van de tijd knaagt aan ons allemaal. Of je het nu leuk vindt of niet, de aftakeling gaat gewoon door. We blijven geen twintig meer. Als je in de spijgel kijkt, besef je soms ineens, dat je oud aan het worden bent. Kijk, je bent gelukkig nog goed gezond en alles zit er nog op en aan. Maar het ene deel is wat verkleurd, het andere nagenoeg verdwenen. Sommige delen zijn groter geworden of breder en andere weer uitgezakt. Maar het is dudelijk dat het mooiste er toch af is.
Nu hebben de mensen in alle tijden hun best gedaan om die aftakeling tegen te houden of te verdonkeremanen. Met kleren kan je op dat gebied heel wat bereiken en vergeet ook sieraden niet. Zelfs door neusgaten worden ze geduwd. Of nu een piercing door je lippen, waardoor je alleen nog maar slissend kan praten, iemand mooier maakt, blijft voor mij duister. Maar daar denkt niet iedereen gelijk over… En als je glad geen oplossingen meer ziet voor dat verdonkeremanen, dan zijn er nog altijd dokters, die dat stukken van je neus, je oren, je borsten of je billen weg kunnen halen. Of erbij doen..!
Heel belangrijk schijnen tegenwoordig de tatoos te wezen. Vroeger waren het alleen stoere manspersonen, die dat op hun armen allerlei schilderwerk lieten aanbrengen. En ook op andere plekken, maar dat zag je pas als ze niet veel goed aan hadden. Maar nu is het overgeslagen naar de vrouwen. Die werken, zoals op zoveel gebieden, veel geraffineerder. Kleine figuurtjes op hun enkels, schouder of op haar buik. Eigenlijk kan je het pas goed zien op het strand. Zouden ze toch wel beseffen, dat ze met die vlinder op haar buik ooit naar het verzorgingshuis moeten?
Op het strand zag ik pas een meid lopen met een grote zwarte plek op haar kont. Ik dacht eerst dat het modder was, maar het bleek een vijgenblad te wezen, als tatoe. Ik kon het niet helpen, maar mijn fantasie begon druk te werken. Daar was natuurlijk “over geschilderd”. Daar was eerst een hart ingebrand met de letters: for ever John. En nu was het uitgegaan en Peter had geen zin om nu almaar over z’n voorganger te wrijven. Een vijgenblad was toen een uutkomst.
Maar ik waarschuw jullie om voorzichtig te wezen met het aanbrengen van zo’n ding, want je kan toch niet overal vijgenblaren laten komen. Neem nu dat vrouwtje van een paar strandkotjes verder bij mij op het strand. Vorig jaar waren er twee grappige dolfijntjes rond haar navel. Het zag er goed uit, want ze was verder ook een knappe verschijning. Ik had ze heel de winter niet gezien, maar nu was ze weer op het strand. En zelfs mijn mannenogen zagen direct, dat ze al “verscheidene maanden” onderweg (= zwanger) was. Ze had toch een bikini aan. Iedereen mocht zien dat ze moeder werd. En de grootse (= trotse) aanstaande vader vond ze in deze positie nog gaaf genoeg om op de foto te gaan. Samen liepen ze naar de zee. Ik kon het niet laten om ze toch eens wat beter te bekijken. En jawel, net wat dat ik dacht. Met het dikker worden van haar buik waren de dolfijntjes nu twee grote walvissen geworden, die beschermend om het ongeboren kind zwommen. Als die nu later met haar nageslacht haar fotoboeken bekijkt (als er dan nog zijn!) dan zal er ook nog wel eens gelachen worden. Hoe zou het er dan voorstaan met haar dieren op haar buik? Of zouden het ook vijgenblaren geworden wezen?