In de Zeeuwse Klapbank zijn ook verhalen uit de diverse regio’s in Noord-, Midden- en Zuid-Zeeland te beluisteren. Deze verhalen dateren niet alle uit lang vervlogen tijden, maar zijn grotendeels verhalen van de laatste 10 à 20 jaar. Die verhalen zijn bijeengebracht in deze Verhalenbank. Waar mogelijk is een vernederlandste tekst toegevoegd. Behalve de verhalen die in de Zeeuwse Klapbank zijn verzameld, hebben we ook andere verhalen een plek gegeven. Zo is er n.a.v. het Zeeuws jaar van de fiets in 2010 een rubriek Fietsen in Zeeland toegevoegd. Wellicht volgen later nog andere verhalen en rubrieken. Wilt u uw verhaal eventueel ook op deze website laten horen, neem dan contact op via het mailadres dat u onder contact vindt.
Mijn vader was een penser, een stroper, gelijk dat je weet. Altijd was hij op zoek naar wild, naar vis of naar gevogelte, en of dat nou mocht of dat dat niet mocht, daar vragen de mensen niet naar.
Nu we door een boterfabrikant, nu ja boter, zijn wijs gemaakt dat ons Zeeuwen een zuinige hand hebben, dachten Johanna en ik, allez, laten we eens gaan buisen (= kijken) achter de deur van ons erfgoed.
Als je er vanuit de ruimte naar kijkt, dan zie je dat hij uit een stuk is. Kort gezegd zijn dat de woorden van een astronaut die dat de wereld fotografeerde vanuit zijn capsule.
Het was een ievallige (= koud en nat) dag in het najaar, een tochtje (= poosje) geleden.
Met de hele kroo (= kudde) lopen we over het strand. Vader, moeder, m’n broer, m’n zus, ik, de aanhang en de guus en drie honden.
Of ik het nog wel eens doe? Ben je niet wijzer, kerel, zo’n oude vent. Ik word met de Goese markt eenenzestig, en ik ben zo stijf als een knuppel.
Het was de 23ste december en zoals iedereen weet zou het over een paar dagen Kerstmis wezen. Griet en Jan zaten in huis.
Eindelijk een complete sage van de schoutin van Kwadendamme. Ik heb het genoemd „een grote zwarte kat?.
Iedereen wil op z'n tijd wel eens in de schijnwerpers staan. Dat kan een heel goed gevoel geven. Als alle ogen op je gericht zijn.
Op Ritthem in een nauw zijstraatje van de dorpstraat, daar stond vroeger een klein wit huisje met een rood dakje en daarin woonde een vrouw, Bette.
Die waren nu altijd met z’n beiden. Katman en de haringvreter. Twee katten waren dat. En met z’n beiden dachten ze altijd maar aan twee dingen: aan muizen en aan vis.
Elk jaar als het voorjaar er aankwam, dan moest Kee er weer aan denken. Tjonge, dat had ze toch maar goed voor mekaar gekregen bij Pier.
Mensen, de tand van de tijd knaagt aan ons allemaal. Of je het nu leuk vindt of niet, de aftakeling gaat gewoon door. We blijven geen twintig meer.
Het was in de kerk van Hengstdijk. Er was weer zo’n kunsttentoonstelling aan het begin van de winter. Je gaat daar heen.
In de contreien van de molen van Souburg, daar staat een klein huisje met een werkplaatsje; op het zicht van de straat hangt een bordje en daar staat op: W. van Hecken.
Zwemmen deden we vroeger in de Braakman. Achter de dijk bij Willempje de Visser. Vrijen deden ze daar ook stevig. Maar goed, daar hebben we het nu niet over.
Heb je dat nooit gehoord, die fabel van die haas en die kikker - een puit zogezegd?
Een paar jaar geleden zat ik in de wachtkamer bij de dokter te wachten op mijn beurt.
Een waar gebeurde geschiedenis. Bij opoe in het album zat de trouwfoto van Koeba.
De leeftijd brengt het mee. Daar ben ik van overtuigd. En jullie zullen me zeker niet tegenspreken als je ook rond de zestig bent.
Ik zet mijn fiets in het fietsenrek en laat mezelf door de draaideur mee naar binnen voeren. Voor me ligt de lange donkerrode gang als een rode loper voor me uitgerold.
Ik sta te kijken naar die vreemde ramen, en ook een andere deur zit er in en die gaat open. Wat, ben jij hier geboren?
Jaan en Merijn woonden al jaren op een achterhofje in de Spieringpolder, Dat was een behoorlijk eind van het dorp vandaan.
Elke donderdag bakte mijn moeder brood. ’s Zondags was ’t dan op zijn allerlekkerst. Echt oudbakken wierd het nog in geen week. Dat kwam omdat ’t eigen terwe was.
Die middag was het dan eindelijk zover en alle moeders met de kinderen gingen die middag naar het sinterklaasfeest. Ik kon mijn ongeduld haast niet meer bedwingen.
Vader en moeder zijn op 23 februari in 1928 in Ouddorp getrouwd. 1928: in de vorige eeuw intussen al.
Ze was in het bejaardenhuis komen wonen in een periode dat geldzaken nog heel anders afgehandeld werden als tegenwoordig.