De Zeeuwse Klapbank neemt u mee naar de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw. Toen hebben het Meertens Instituut en de Vakgroep Nederlandse Taalkunde van de Universiteit Gent een groot aantal dialectopnames gemaakt in het hele Nederlandse taalgebied. Het is deze geluidscollectie die de basis vormt voor de fragmenten die u op deze website bij de Taalbank kunt beluisteren. Verspreid over de hele provincie zijn ongeveer dertig fragmenten geselecteerd die u iets laten horen over het leven van toen. Mensen vertellen over een van de meest tekenende gebeurtenissen in Zeeland, de Ramp van 1953. Zeeland is een agrarische gemeenschap en dat resulteert in een tiental fragmenten over vlas, meekrap, dorsen, werken met paarden, met andere woorden het leven op de boerderij van toen. Alledaagse dingen vertellen u over het leven zoals het was. U hoort enkele fragmenten over gebruiken, visserij, ontspanning enz.
Ook niet-dialectsprekers kunnen gerust meeluisteren. Bij elk fragment is een uitgeschreven vernederlandste tekst aanwezig. Op die manier is het gemakkelijker om de fragmenten te volgen.
Voor meer verhalen uit Zeeland (86 Zeeuwse fragmenten) verwijzen we u ook nog naar www.meertens.knaw.nl/soundbites/
En niet nader genoemde visser (°1889) vertelt samen met Cornelis (°1915), Prina (°1889) en Klaas (1910) over hoe weinig men verdiende en hoe veel men moest werken in de visserij.
Jacobus (°1913) vertelt aan Johan Taeldeman over het verplaatsen van de veerdienst en het toerisme en over de komst van de Belgische friet.
Een kleermaker (°1889) vertelt over een watersnoodramp in 1911 in Bruinisse.
Een havenmeester (°1919) vertelt over de garnaalvisserij in Ouddorp.
Bernard (mosselvisser, douanier) (°1918) vertelt aan Johan Taeldeman (opnameleider) over de beroemde mossels van Philippine en hoe ze daar gekweekt werden.
Een schildersgezel (°1925) en een winkelier (°1918) vertellen over het stijgende visserstoerisme.
Een fabrieksarbeider (°1898) vertelt samen met twee huisvrouwen (°1911 en 1912) over het bombardement en hoeveel geluk sommigen hadden gehad.
Twee huisvrouwen (°1914 en 1923) vertellen over de brug van Sluiskil die eigenlijk al te klein was voor ze gebouwd zou worden.
Een huisvrouw (°1889) vertelt aan en met haar zoon (°1921) over de Tweede Wereldoorlog.
Een mosselhandelaar (°1936) en zijn vader (°1892) vertellen over de mosselvisserij in Yerseke.