Op 26 maart 2011 hield de Stichting Nederlandse Dialecten haar elfde dialectendag

In samenwerking met Variaties vzw en het Erfgoedhuis Zuid-Holland organiseerde de Stichting Nederlandse Dialecten haar 11de Nederlandse Dialectendag. Andries Ponsteen, directeur Erfgoedhuis ZH, zei in zijn welkomstwoord dat de belangstelling voor dialect in Nederland groeit. Het Erfgoedhuis Zuid-Holland wil in navolging van de collega's in Noord-Brabant en Zeeland de komende jaren de interesse in dit immaterieel erfgoed vergroten. Daartoe wil het erfgoedhuis onder meer de Contactgroep Zuid-Hollandse Dialecten ondersteunen, één of meer publicaties verzorgen en studie-/netwerkbijeenkomsten organiseren. Wie weet krijgen we straks nog een Zuid-Hollandse collega streektalen.

De Dialectdag stond in het teken van het gebruik van scheld- en bijnamen in dialect. Daaraan werd onder meer aandacht besteed door Piet van Sterkenburg (Universiteit Leiden/ INL). Wanneer emoties hoog oplopen dan komt het er vaak uit als een verwensing. Hij noemt verwensingen emowoorden. Hoe onwenselijk ook in het menselijk verkeer, het is toch gezonder dan binnenvetten. Wat wij in Nederland weinig zien is het fenomeen van de stapelvloek. In Vlaanderen zijn ze daar zeer creatief in met godmieljaardenondergodverdenakendenondedju 
 
Siemon Reker (Rijksuniversiteit Groningen) sprak over  “Dronkener dan dronken, moeër dan moe en nog naakter dan naakt”, dikke woorden in enkele dialecten van het Nederlandse taalgebied. Waar wij moedernaakt zeggen zie je ook in het Vlaams stapelwoorden zoals paddermoedernaakt of pietjemoedernaakt. Zowel een piet (=worm) als een pad zijn immers naakte beesten. Op de kaartjes die door de Universiteit Gent gemaakt werden en ook afgedrukt zijn in het boek Sprekend van aard komt ook Zeeuws-Vlaanderen voor.
 
Willy Van Langendonck (Katholieke Universiteit Leuven) classificeerde de bijnamen die aan docenten werden gegeven aan de hand van lichamelijke kenmerken (Kippie – kakelende docent), karaktertrekjes en gedrag (TGV- geeft traag les) en spelen met de naam (Vanwalleghem wordt Kwally).
 
Sjaak Bral gaf met voorbeelden aan dat het Haags de ‘oeâhtaal’ der mensheid is. Het woord oeâh komt immers voor in allerlei Haagse woorden zoals mallemoeâh, toeâh dûh frans en werrukvloeâh.  Hij eindigde zijn voordracht als volgt: “de vraag waar het Haags vandaan komt is slechts op één wijze te beantwoorden : uit de strot van een Hagenees”.
 
In de middag was er een dialectencarrousel waarbij men korte presentaties kon volgen (zoals op de foto waar de adviseur streektalen de Zeewuse Klapbank demonstreert) en een boekenmarkt met stands uit het hele land. Met een optreden van de Haagse flamencogroep De Règâhs en de dialectenquiz werd deze succesvolle dag, waar 130 personen aan deelnamen, besloten. Het werd alweer een geslaagde dialectendag. En er waren gelukkig ook enkele Zeeuwen die het de moeite vonden om naar Delft te komen.
 

Geplaatst op 28-03-2011